Toen wij op zoek waren naar een huis voor Benjamin letten wij op een heleboel dingen en bovenaan ons wensenlijstje stonden vragen als: hebben de bewoners dynamische interacties met andere mensen? Vormen zij een onderdeel van een gemeenschap? Spelen zij een belangrijke rol in het leven van de mensen om hen heen?

Het Papageno Huis is alweer 5 jaar open maar afgelopen zondagavond toen ik Benjamin naar huis bracht moest ik weer aan die vragen denken. Ik heb de auto nog maar net stilgezet op het parkeerterrein voor het Papageno Huis als Ben kwiek uitstapt, blij dat hij weer thuis is. Als ik André Hazes uitzet hoor ik iemand enthousiast vanuit het aardedonker roepen. Hoor ik het goed, roept iemand ‘Hé, Aaltje?’ Ik weet het niet zeker en loop dan ook maar door naar de voordeur waar Ben staat te wachten. Ineens zie ik vanuit het fietsenhok Rogier aan komen lopen, hij was het dus die riep. Zonder mij aan te kijken stapt hij langs mij heen en steekt zijn voordeursleutel in het slot. Met een galante zwaai opent hij de deur. Ben stapt zonder verdere plichtplegingen naar binnen en loopt direct door naar de gemeenschappelijke huiskamer. Terwijl Rogier zijn blik op de grond gefixeerd houdt vraagt hij: ‘Hoe is het met u, mevrouw van Zweden?’ Daarbij dirigeert hij mij met een ouderwets vormelijk handgebaar het halletje binnen. Voordat ik kan antwoorden komt medebewoonster Birgit met open armen op Rogier afgestapt. Oei, denk ik, kan dat wel in tijden van Corona? Ondanks dat Rogier ongemakkelijk is onder de warme ontvangst zie ik toch ook dat hij het fijn vindt. ‘Hoe was je vakantie?’ vraagt Birgit. ‘Wij hebben je gemist.’ ’Het was fijn met mijn familie maar ik ben ook blij om weer thuis te zijn’ mompelt Rogier en met zijn grote weekendtas sprint hij de trap op, naar zijn appartement. Ik sta erbij, kijk ernaar en geniet. Waren dat niet de vragen die wij onszelf stelden toen wij een plek voor Benjamin zochten ? 

2019 11 Foto Aaltje van Zweden

Wij zijn een week verder en de wereld ziet er ineens heel anders uit. In geen geval omhelzingen, sociale afstand is het devies en misschien hangt ons nog wel een lock down boven het hoofd. Hoe moet dat met ‘onze’ kinderen? Welk effect heeft de collectieve angst op hen? Hoe gaan zij om met de sociale afstand? Kunnen zij dat begrijpen en zich daaraan houden? Ik lees een artikel van een moeder uit de stad Philadelphia, zij kan haar zoon met autisme en een verstandelijke beperking niet meer zien. De instelling waar hij woont is op slot. 

De dag dat Ben naar het Papageno Huis verhuisde gingen wij na gedane arbeid met de familie uit eten. Tot onze verbazing stond Ben ineens op en begon een afscheid speech: ‘Papa en mama, bedankt voor alles. Ik kom nooit meer thuis, niet met Kerst, oud en nieuw en niet meer met  verjaardagen. Ik woon nu op mijzelf.’

Toen Ben uit huis ging, kon ik mij niet voorstellen dat andere mensen hem ook zouden begrijpen en goed voor hem konden zorgen. In de jaren dat Benjamin nu in het Papageno Huis woont hebben wij gezien dat dat wel kan en nog beter ook. Wij zijn bevoorrecht dat Benjamin in zulke goede handen is, zijn begeleiders staan altijd met raad en daad voor ons klaar. Dankbaar waren wij al, maar dat zij onder deze extreme omstandigheden zo hard werken om alles zoveel mogelijk en zo gewoon mogelijk door te laten gaan stemt ons onbeschrijfelijk dankbaar.  

Benjamin heeft al aangekondigd ook nu niet naar huis te willen komen. Maar nood breekt wet.

Om privacy redenen zijn sommige namen in deze tekst gefingeerd.